De koppendans by Leonie Kooiker

De koppendans by Leonie Kooiker

Author:Leonie Kooiker
Language: nld
Format: mobi
Published: 2008-04-28T22:00:00+00:00


Elf

Het hotel is luxueus. In het midden van de ronde hal groeien volwassen palmen. Vier liften suizen op en neer en laten bescheiden belletjes gaan. Andere bescheiden belletjes brengen verdekt opgestelde standbeelden in beweging, gekleed in wit en rood. Alleen hun hoofden zijn onveranderlijk zwart. Evelien vindt dat ze te correct en dienstvaardig zijn.

Ze heeft een kamer op de negende verdieping. Haar kantoortje ligt drie straten verder. Daar is het bijna armoedig. Ze moet er samenwerken met een glundere dikkerd die Gaston Balop heet en met Bia, een typiste die alles wil leren, maar weinig kan.

Balop is de officiële directeur en Evelien moet hem assisteren. Er zijn omstandigheden waar hij geen raad mee weet. Ze is van tevoren gewaarschuwd dat ze hem nogal eens zal moeten corrigeren, maar ze moet hem vooral in zijn waarde laten. Ze heeft er zich geen zorgen over gemaakt. Haar doel is in Afrika te komen, een jaar dit werk te doen en dan de hele westerse wereld vaarwel te zeggen.

De omgang met meneer Balop en het werk vallen mee. In het grauwe kantoortje wordt veel gelachen en nooit gejacht. Op alle mogelijke manieren komen er opties en ideeën voor reizen, verblijven en evenementen binnen. Die moeten ze sorteren en bekijken of het wat voorstelt of niet. Balop weet het over het algemeen goed te beoordelen, maar soms zit hij er helemaal naast.

Evelien zal veel moeten reizen en ze hoopt natuurlijk een keer naar Womg’bumi te kunnen gaan. Het ligt niet in een toeristisch gebied, maar daar zal ze wel iets op vinden. Ze heeft al drie keer naar Demba geschreven, eerst vanuit Holland en toen meteen na haar aankomst. Tot nu toe is er geen antwoord. De post is hier erg traag.

Ze vraagt elke dag bij de balie of er een brief is gekomen en zweeft dan teleurgesteld omhoog naar haar kamer. Ze neemt een bad en zweeft terug voor het diner. Op het dak van het hotel is een zwembad. Een keer leuk, twee keer leuk, daarna niet leuk meer. Er probeert nogal eens iemand met haar in contact te komen, zakenlieden van alle mogelijke nationaliteiten. Evelien heeft geen belangstelling.

Ze heeft spijt dat ze niet veel meer boeken heeft meegenomen. Ook in de stad is er weinig voor haar te beleven. En ze kan maar niet wennen aan de bedelaars. Elke dag passeert ze een kleine jongen met dunne slierten onbruikbare beentjes die op een plankje met kleine houten wieltjes zit. Ergens anders ligt een apathische vrouw met een kindje in een hoop vodden. Haar bedelende hand is ook van binnen zwart. Evelien heeft zelf een tijd gehad dat ze haar omgeving niet kon of wilde zien. De leegte waarin ze toen verkeerde was ellendig. Nu trekt ze zich persoonlijk de uitzichtloze leegte aan waarin deze mensen moeten leven.

Ze praat erover met Balop. Die haalt zijn schouders op. Niets aan te doen, het is nu eenmaal zo. Evelien gooit iedere dag een paar muntjes in de hoop vodden en loopt door met een brok onoplosbaar verdriet.



Download



Copyright Disclaimer:
This site does not store any files on its server. We only index and link to content provided by other sites. Please contact the content providers to delete copyright contents if any and email us, we'll remove relevant links or contents immediately.